De H. Geest

From Elderswiki

Jump to: navigation, search
Main Page Capita Selecta

Contents

1 De Heilige Geest

Sint-Thomas begint zijn studie over de H.Geest in S. Th. I, 27, 3 met de vraag of er naast de voortkomst van de Zoon in God ook nog een andere voortkomst (prcessio). In God kunnen er slechts processiones plaatsvinden die binnen het goddelijke wezen blijven, en dat zijn derhalve activiteiten volgens Gods geestelijke natuur. Zo kunnen we naast de voortkomst volgens het denken, ook van een voortkomst volgens de wil spreken. Deze is dan dat het beminde in hem die bemint is (processio secundum quam amatum est in amante). Omdat niets door de wil bemind wordt tenzij het in het verstand aanwezig is, volgt de voortkomst volgens de liefde op die van de kennis in het verstand. Deze voortkomst moet niet gezien worden als een gelijkenis maar veeleer als neiging tot, als beweging naar, en zo spreekt de Bijbel van Geest, een woord waardoor we bewegende kracht en bezieling aanduiden. Ook duidt geest de geestelijke natuur aan van de Vader en de Zoon, alsook dat de H.Geest aan beiden gemeenschappelijk is. De H.Schrift spreekt van “de Geest van de Vader”en van “de Geest van de Zoon”. Eveneens is liefde een bewegende kracht is en dit wordt ook door de naam “Geest” uitgedrukt.

St. Thomas onderzoekt dan vervolgens de gezegden van enkele Vaders uit de Oosterse Kerk die van de voortkomst van de H.Geest uit de Vader spreken (zonder te verklaren dat de H.Geest ook uit de Zoon voortkomt).[1]Evenwel, schrijft Thomas, moet de H. Geest ook uit de Zoon voortkomen en wel om de volgende reden: alles wat in God een op zich staande realiteit is (quidquid in divinis absolute dicitur) behoort tot het éne goddelijke wezen. De goddelijke personen kunnen alleen van elkaar onderscheiden zijn, indien zij zich als relaties tot elkaar verhouden. Deze relaties resulteren door de voortkomst van de Zoon[2]en van de H. Geest uit de Vader en van de H. Geest uit de Zoon. Ook hier wordt een inzicht uit de wijsbegeerte gebruikt, nl. dat de relatie een zijnscategorie is die zelf geen eigen inhoud heeft (zoals b.v een hoedanigheid op grond van wat zij is, de substantie bepaalt (b.v. warm maakt). van een relatie heet het: relatio est ens cuius totum esse est ad aliud se habere). Nu zijn de goddelijke personen niet zoals de relaties in de geschapen wereld, maar op zich staande relaties (relationes subsistentes), die samen het wezen van God constitueren en zijn..- Indien de H.Geest onderscheiden is van de Zoon, kan dit slechts door een relatie op zijn voortkomst gebaseerd (relaties van gelijkheid en verschil, van oorzaak en gevolg zijn in God uitgesloten). Nu komt de H.Geest voort uit liefde. Als we nu zien wat bij ons gebeurt, stellen we vast dat liefde volgt op kennis. We beminnen immers iets niet, tenzij wij het met ons verstand kennen. Dit betekent dan dat de H.Geest volgt op de voortkomst van de Zoon. Trouwens, schrijft Thomas,[3]je kunt dat ook hieraan zien dat als meer dingen uit één voortkomen er altijd een zekere orde is. We moeten dus niet zonder meer zeggen, dat de Zoon en de H.Geest uit de Vader voortkomen, maar de verhouding tussen beide laatsten verklaren. De Vader en de Zoon zijn samen één beginsel waaruit de H. Geest voortkomt, die dan de band van liefde van beiden is.

God zorgt voor de schepselen overeenkomstig de aard en leefwijze van ieder. Nu wordt de mens via het zintuiglijk waarneembare tot begrip voor het geestelijke gebracht. Zo wordt de voortkomst van de Zoon uit de Vader enigszins aangeduid door de geboorte van een mens uit diens ouders, en zo wordt de H.Geest, die immers uit liefde voortkomt, Gave genoemd.

1.1 De Gaven van de H. Geest

Op Pinksterzondag wordt overal ter wereld het hoogfeest gevierd van de nederdaling van de H. Geest over de apostelen, die veertig dagen na de hemelvaart van Jezus plaatsvond. Om beter de betekenis van dit feest te begrijpen moeten we de eigen aard van de zending van de H. Geest overwegen. De H. Geest moet tot voltooiing brengen wat Jezus begonnen was. Zoals bij de schepping van de eerste mens God eerst het lichaam van Adam maakte en toen leven in hem blies, zo bezielt en brengt de H. Geest tot leven en bloei wat Jezus gegrondvest had. Tijdens zijn openbaar leven heeft Jezus leerlingen om zich verzameld en sommigen van hen tot apostelen aan-gesteld. Hij beloofde hen dat de H. Geest, die hij zou zenden, alles in herinnering zou roepen wat hij hen geleerd had en de kracht zou geven hun taak te volbrengen. De H. Geest zal ook de H. Kerk bezielen, want hij is de ziel van het mystieke lichaam van Jezus.

De naam Pinksteren komt van het Griekse woord vijftig, d.w.z. 7 x 7 + 1 en duidt volmaaktheid en vervulling aan. Op die dag, zeven weken na Pasen, vierden de Joden een dankfeest voor de komende oogst en herdachten zij de sluiting van het verbond op de berg Sinaï. Helaas hebben zij herhaaldelijk dit verbond geschonden en zijn zij ontrouw geworden. Niemand voelde die ontrouw scherper dan de profeten : Gods machtige tegenwoordigheid was niet langer bij zijn volk. De blik van de profeten keerde zich naar de toekomst; zij zagen een nieuw messiaans tijdperk komen, een nieuwe lente van genade voor de gezuiverde rest van Israël. Door de gave van de H. Geest zou deze rest in staat zijn Gods wil te vervullen. «Zie, de dagen komen, schrijft Jeremiah, waarop God een nieuw verbond et zijn volk zal sluiten. Hij zal zijn wet dan diep in hun hart plaatsen, ja, ze in hun hart griffen. Dan zal Hij hun God, en Israël zijn volk zijn (Jer. 31, 31).

Wat de profeet voorspelde voor de eindtijd werd op Pinksteren werkelijkheid. Toen de apostelen met Maria bijeenwaren in een van die witgekalkte huizen en karren door de smalle straatjes van Jerusalem ratelden, hoorden zij een plotselinge stormwind en tongen van vuur verschenen, die boven hun hoofden dansten. Wind is iets geheimzinnigs. Je kunt hem niet zien, wel voelen, je weet niet goed waar hij vandaan komt of waar hij heen gaat. De wind is een symbool van Gods werking in ons binnenste : we zien God niet en toch beweegt Hij ons. Eveneens is vuur een symbool van Gods macht en geestelijke natuur : in vuur openbaarde God zich op de berg Sinaï en onder de gestalte van vuurtongen kwam de H. Geest tot de apostelen.

De apostelen gingen naar buiten en begonnen met kracht, durf en kennis te spreken. Het merkwaardige was, dat de verschillende vreemdelingen in Jeruzalem te samen gekomen hen telkens in hun eigen taal hoorden spreken. De lange lijst van namen van landen en volken herinnert ons aan de verdeling van het mensdom in al die verschillende naties en landen, - een gevolg van de zonde van hoogmoed bij de bouw van de toren van Babel, zegt de H. Schrift, maar die verdeeldheid gaat nu door de liefde van de H. Geest overwonnen worden.

Met de nederdaling van de H. Geest is de verlossing door Jezus voltooid : een nieuwe kracht en bezieling wordt aan de apostelen gegeven. De kerk wordt georganiseerd. God komt tot ons en woont in de harten van de gelovigen als onze helper. Hij helpt vaders en moeders bij hun opofferende taak, hij geeft christenen de kracht de naastenliefde te beoefenen; hij roept jonge mannen en vrouwen om zich in het priesterschap en religieuze leven aan zijn dienst te wijden. Hij geeft belijders en maartelaren de kracht heldhaftig het geloof te verkondigen en trouw te blijven tot in de marteldood. Hij verlicht Paus en bisschoppen om de kerk te besturen. We kunnen nu niet langer aan onszelf denken, zonder ook aan God te denken. We vormen nu een innige gemeenschap met alle gelovigen, met de levenden, met de engelen en met de overleden christenen. De H. Geest maakt ons tot kinderen van God, die we nu Vader mogen noemen en met vertrouwen aanroepen.

Hij schenkt ons ook de Gaven van de H. Geest.[4]In zijn brief aan de Romanen heeft Sint Paulus een gloedvolle beschrijving gegeven van de werking van de H. Geest in ons. Terwijl in het Oude Verbond de Joden gebukt gingen onder de vele geboden en op veel terreinen te kort schoten, leven wij in een geheel nieuwe situatie. Zoals een pas getrouwde vrouw met liefde en vreugde elke dag haar werk in huis verricht, zo kunnen wij door de H. Geest geleid en geïnspireerd met vreugde en trouw haast moeiteloos onze christelijke plichten nakomen. De H. Geest zet de geboden om in het gebod van de liefde. Hij wekt overal heiligen op en bewerkt onze vereniging met God in liefde en maakt dat onze liefde zich ook tot anderen uitstrekt. De eeuwen door is de christelijke caritas een prachtige uitwerking geweest van de genade van de H. Geest.

De uitdrukking «Gaven van de H. Geest» gaat terug tot de tekst van de profeet Jesaia, 11, 1-3, waar we lezen dat de Geest van Jahweh op de Messias zal rusten : de geest van wijsheid, de geest van verstand, de geest van raad, en van sterkte, de geest van wetenschap, van Godsvrucht en van vreze des Heren. Aan het begin van zijn openbaar leven, toen Jezus op een Sabbath in de synagoge van Nazareth ging spreken, begon hij zijn betoog met de woorden: «De Geest van de Heer is over mij gekomen» (Is. 61, 1-2). Wat dan in de zojuist geciteerde tekst de geest van wijsheid, de geest van verstand enz. Genoemd wordt, heeft in de latere traditie de naam van de Gaven van de H. Geest gekregen. Met het woord «geest» is bedoeld een bewegende en bezielende kracht. Zoals U weet bewegen wij onszelf, en besluiten we dit of dat te gaan doen. We kunnen echter ook van buitenaf bewogen worden, b.v. door God. Zo bidden wij God om kracht en geduld, om zijn bijstand bij ons werk. Wij vragen dat Hij ons op goede paden moge leiden. In de theologische traditie, met name in de Moralia,, 1, c.12 - een boek met geestelijke conferenties van Paus Gregorius de Grote - worden de gaven van de H. Geest als verbonden met de 7 hoofddeugden beschouwd.

De vier voornaamste zedelijke deugden zijn bekend : de prudentie, rechtvaardigheid, sterkte en matigheid, die voorafgegaan worden door de drie goddelijke deugden van geloof, hoop en liefde. Terwijl de zedelijke deugden op ons leven en ons werk hier op aarde betrekking hebben, richten geloof, hoop en liefde onze gedachten, verwachtingen en gevoelens tot God : in en door het geloof luisteren wij naar wat Hij ons geopenbaard heeft en aanvaarden wij de Blijde Boodschap met vaste zekerheid omdat God de eeuwige waarheid is. Door de deugd van hoop richten wij onze verwachtingen op God en vertrouwen wij dat we na dit leven op aarde in zijn hemelse woning en in zijn nabijheid mogen treden, en dat Hij ons onze tekortkomingen zal vergeven. De goddelijke deugd van liefde laat ons nu al in een innig contact met God leven, die in ons hart woont. Zij laat ons God, onze Vader, boven alles beminnen, en met Hem in gesprek blijven. De prudentie of verstandigheid helpt ons verstandige keuzes te maken wat betreft studierichting, beroepskeuze, familiebetrekkingen, huisvestiging, enz. De rechtvaardigheid doet ons de rechten van anderen eerbiedigen, onze beloften nakomen, onze plichten als vader en moeder , als lerares of als werkman en middenstander trouw nakomen, aan God geven wat we Hem verschuldigd zijn, enz. Ons menselijk leven is vaak moeilijk : gevaren dreigen, wijzelf en onze dierbaren lijden onder ziektes ; economische crisissen plegen een aanslag op ons spaargeld, onze kinderen gaan soms de verkeerde weg op. In al deze en soortgelijke gevallen moeten wij, katholieken met moed verder gaan, taai en vasthoudend ons werk doen, onze taak blijven vervullen, en waar nodig tegen de stroom in te roeien. In veel landen worden de christenen vervolgd en helpt de deugd van sterkte hen om trouw aan het geloof te blijven, zelfs als dat hen in de gevangenis brengt. Dan is er de deugd van matigheid die wij allen broodnodig hebben. Onze zinnelijke mens wil vaak buitensporig of ongeoorloofd genot. Wij moeten matig zijn in eten en drinken, ons beheersen op seksueel gebied en ook te veel oppervlakkige en nutteloze verstrooiingen vermijden.

Bij al deze deugden is er een zekere gewenning in ons verstand, in de wil en in onze streefvermogens. Je zoudt kunnen zeggen, ze zijn als het ware een gebaand pad in onze ziel waarlangs we met gemak et met plezier, juiste, deugdzame handelingen gaan stellen. Zijn kinderen wellevend opgevoed, dan zijn ze beleefd als er gasten komen, houden ze de deur voor anderen open, kijken ze of ze misschien een oud vrouwtje kunnen helpen haar tas met boodschappen te dragen. De deugden van geloof, hoop en liefde maken dat we gemakkelijk aan O.L. Heer denken et tot Hem bidden. Zo zijn de deugden geweldige geschenken, een hoogst kostbaar bezit en noodzakelijk om als christen zo te leven op aarde, dat we op de hemel gericht blijven. Deugden zijn en blijven echter een vorm van handelen volgens onze menselijke maat. Je overlegt b.v. bij jezelf : neen, dat TV programma wil ik niet bekijken, het wekt verkeerde voorstellingen in me, en je zoekt dan een ander programma of zet het apparaat uit. Dat is een goede, menselijke beslissing. Met de Gaven van de H. Geest is dat anders gesteld. Het woord «geest» duidt immers op een onzichtbare, bewegende kracht of energie die van buitenaf tot ons komt en die ons beweegt.

Santa Teresa van Ávila heeft dit met enkele mooie vergelijkingen duidelijk gemaakt : als je in een bootje op het water moet roeien om vooruit te komen, kan dat moeizaam zijn, heb je echter de wind in de zeilen dan gaat het gemakkelijker en veel beter. De toepassing is duidelijk : als wijzelf bij alles verstandig en voorzichtig moeten zijn, weten we vaak niet wat te doen, want de toekomst is ons verborgen, maar als God ons beweegt en ons helpt bij onze beslissingen, gaat het als vanzelf in de juiste richting.

Een tweede vergelijking die Santa Teresa maakt is die van water geven aan de planten in onze tuin. Als het lange tijd droog is, is dat veel werk, maar als het nu en dan 's nachts regent, is dat een veel efficiënter oplossing. Zo ongeveer mogen we ons de Gaven van de H. Geest voorstellen. Ze zijn als blijvende disposities, geënt op de deugden, en maken ons ontvankelijk voor een bewegende en stuwende kracht die van God komt.

Op dit punt wil ik even in herinnering roepen wat ik zojuist gezegd heb : de H. Geest is ons gegeven, Hij wekt ons op, leidt en sterkt ons en ontsteekt in ons hart van vuur van de liefde tot God. Onze bovennatuurlijke bestemming - de hemel - gaat verre uit boven wat wij met eigen krachten kunnen bereiken. God geeft ons daartoe de genade, de deugen van geloof, hoop en liefde, die wij bij het doopsel ontvangen en geeft ons ook zijn algemene bijstand in ons dagelijks leven. Maar in sommige omstandigheden schiet onze menselijke wijze van besluitvorming en handelen te kort» Bij de keuze van een levensstaat, bij kennismaking met een toekomstige levensgezel, kunnen we vaak niet overzien wat het beste is. In deze gevallen hebben we een bijzondere bijstand van God nodig en moeten we ons door de H. Geest laten leiden. Dit gebeurt dan door uiterlijke vingerwijzingen en omstandigheden en door innerlijk ingevingen, gevoelen, en groeiend inzicht.
In onze katholieke traditie deden we dat altijd al, en baden we om Gods hulp bij de keuze van een levensstaat. Meisjes baden dat ze de goede man mochten vinden. In moeilijkheden vroegen we God om raad en uitkomst.

De Gaven van de H. Geest worden door Sint-Thomas verbonden met de drie theologale deugden (geloof, hoop, liefde)[5]en de vier zedelijke hoofddeugden. Laten we dit nagaan. De Gaven van Wijsheid en Verstand hebben vooral betrekking op de deugden van geloof, hoop en liefde. Het woord «wijsheid» betekent een diepgaande kennis van de hoogste dingen en het overzien van het menselijk leven. Nu kunnen we in dit leven God niet begrijpen, maar wèl kunnen we aanvoelen hoe wonderschoon alles is wat Hij ons geopenbaard heeft : het geheim van zijn goddelijk leven, de menswording van Christus, de uitverkiezing van Maria. Door onze liefde en bewogen door de H. Geest voelen wij dat aan en smaken wij het zoals een moeder door haar liefde aanvoelt wat in haar kind omgaat, en verwijlen we bij God. Eenvoudige katholieken hebben soms tranen in de ogen bij het luisteren naar prachtige diensten. Je vindt de gave van wijsheid bij gelovigen die stil bidden, bij kloosterlingen die zich bij O.L. Heer thuis voelen, en dag in dag uit in gebed en meditatie bij de Heer verwijlen. De Gave van Verstand helpt ons beter te beseffen wat tot ons geloof behoort, dit te aanvaarden, en als progressieven of andersdenkenden het geloof verkeerd voorstellen, weten wij : Dat is niet ons geloof. De Gave van Sterkte wordt ons gegeven om de deugd van sterkte te actualiseren, het geloof te verdedigen, moeilijke taken te vervullen, vanuit onszelf initiatieven te nemen om het geloof te verdedigen en het evangelie te verkondigen, de Kerk en de Paus te beschermen tegen de vijanden van het geloof, en in leed en moeilijkheden op God te blijven vertrouwen. De Gave van Raad wordt ons gegeven om ons te helpen bij belangrijke beslissingen, waar wijzelf niet goed kunnen overzien wat we moeten doen. De H. Geest moet ons dan leiden en duidelijk maken door uiterlijke tekenen en ingevingen wat we moeten doen. Een mooi voorbeeld van hoe de Gave van Raad werkt vinden we in het leven van de H. Arnold Janssen, de stichter van de Paters van het Goddelijk Woord (Steyl), die bij alle belangrijke beslissingen bij het stichten van een missiehuis en van nieuwe kloosterorden, smeekte om verlichting van de H. Geest en soms lang wachtte, totdat duidelijk werd wat God van hem wilde. De Gave van Godsvrucht maakt dat we met blijdschap onze godsdienstige plichten vervullen en blij zijn als we mogen bidden. Deze Gave helpt ons ook trouw en goed te zijn voor onze ouders, familieleden, voor ouderen van dagen en spontaan aan te voelen waar we door onze bezoeken aan hen, goed kunnen doen. Zo geeft deze Gave ons trouw, hartelijkheid en geduld bij het vervullen van onze plichten. De Gave van de Vreze des Heren helpt ons alles te vermijden wat onze christelijke hoop in de weg staat. Onze reis naar de eeuwigheid is lang en soms gevaarlijk. Onze krachten zijn beperkt en de verleidingen om de juiste weg te verlaten zijn vele. Deze Gave staat ons bij om al wat hier gevaarlijk is te vermijden. - De Gave van Wetenschap doet ons de valse theorieën die tegen het geloof ingaan, onderscheiden. De dag van vandaag wemelt het in de media van deze verkeerde opvattingen. Bidden wij om de Gave van wetenschap.

1.2 Charismen

De Gaven van de H. Geest waarover wij zo juist gemediteerd hebben zijn een geschenk, dat ons een nieuwe werkwijze voor de deugden geeft. We hebben ook gezien waarin deze werkwijze bestaat: een bijzondere bijstand van de H. Geest die uitgaat boven wat wij uit eigen kracht kunnen doen. Wel moet gezegd worden dat handelen volgens de gaven van de H. Geest in de lijn ligt van ons menselijk leven en geen uitzonderlijke handelingen in ons te weeg brengt. Zo hebben we gezien dat de gave van verstand ons een beter verstaan van de geloofswaarheden geeft maar geen openbaring is van Godswege.

Nu zijn er naast deze Gaven van de H. Geest die de bekroning van de deugden zijn, ook buitengewone gaven die we charismen noemen.[6]Hier zijn uitzonderlijke begenadigingen bedoeld, die een christen in staat stellen iets uitzonderlijks te doen, b.v. zieken op wonderbare wijze te genezen, de toekomst te vorspellen, vreemde talen te spreken. Een eerste algemene voorzegging dat in de toekomst wij van de Hemelse Vader buitengewone gaven gaan ontvangen, lezen wij in het boek Deuteronomium, 28, 1-14. verder bij de profeet Jesaiah, die in 28, 11 zegt dat in de Messiaanse tijd de geloofsboden in vreemde talen, d.w.z. de talen van hun toehoorders zullen spreken. De profeet Joël schrijft dat God in zijn getrouwen wonderen zal werken (2,28).En U kent allen het verhaal van het Pinkstergebeuren in de Handelingen van de Apostelen, toen de verzamelde menigte de apostelen in hun eigen taal hoorden spreken. Petrus verwees toen naar de profetie van Joël; «Het zal gebeuren in de laatste dagen, dat Ik (God) mijn geest zal uitstorten over alle, zodat hun zonen en dochters de toekomst zullen voorzeggen, visioenen zullen hebben. Ik zal op mijn dienaars en dienaressen mijn geest uitstorten, en wondertekenen laten gebeuren hier op aarde, en al wie de naam Van God zal aanroepen, zal gered worden». Wat verder in de Handelingen lezen we dat deze bijzondere gaven ook aan de bekeerlingen in Samaria werden gegeven. In Zijn eerste brief aan de christenen van Corinthe spreekt Paulus uitvoerig over deze bijzondere gaven: «Er is verscheidenheid van werkingen, maar slechts één God. Deze gaven, deze uitingen van de werking van de H. Geest worden geschonken om er nut mee te doen. Aan de één wordt het woord der wijsheid gegeven door de Geest, aan een ander het geloof, een ander de gave van mensen te genezen. Er is verscheidenheid van genadegaven, maar slechts één geest, en verscheidenheid van bedieningen, maar slechts één Heer». Sint Paulus vermeldt dan het werken van wonderen, de onderscheiding van de geesten, de gave van profetie, de veelheid van talen, maar dit alles werkt een en dezelfde Geest, die ieder toedeelt zoals het Hem dunkt. Paulus vergelijkt dit dan met de verschillende functies en organen in ons menselijk lichaam, die elkaar nodig hebben. Er mag daarom geen verdeeldheid meer zijn onder ons. Niemand mag zich laten voorstaan op de gaven die hij ontvangen heeft.

Deze bijzondere gaven waren in het tijdperk van de apostelen frequent. Hun betekenis is tweevoudig: voor de kerk en de gemeente of parochie zelf vindt men hier een bron van nieuwe krachten en initiatieven. We moeten hier bedenken dat de kerk toen nog in haar prille jeugd stond en veel vormen van liturgie, sacramentenbediening, van leer en kerkelijke functies nog niet duidelijk omlijnd waren. Deze charismen waren een grote stuwende kracht, en een blijk van de bezielende aanwezigheid van de H. Geest.

Maar de charismen hadden ook een functie naar buiten waren deze charismen en waren een bewijs van Gods aanwezigheid en werking in de christenen, en vervulden zo een missionaire taak.
In latere jaren is veel minder sprake van deze bijzondere genade gaven. We treffen ze echter aan in het leven van sommige heiligen. Van de H. Don Bosco wordt verteld dat hij in de toekomst kon zien. Andere heiligen hebben de kracht om wonderbare genezingen te bewerken. Onze zalige pater Karel Houben, toen hij in Dublin als priester werkzaam was, straalde soms een bijzondere kracht uit, zodat zieken die hem aanraakten, genezen werden.. Sommige mystieke verschijnselen zou men ook tot deze charismen kunnen rekenen, zoals geestverrukking, levitaties, geestelijke afwezigheid van eigen omgeving door geheel in God verzonken te zijn zoals dat van Sint-Thomas van Aquino te Napels verteld wordt.. Padre Pio, zo zegt men, kon in de zielen lezen en had de gave van onderscheid van de geesten, zoals ook de H. Pastoor van Ars. Zoals u weet, zijn er groepen katholieken, die van God de genade willen verkrijgen dat deze extra geestesgaven ook in onze huidige kerk weer meer naar voren mogen komen, zoals b.v. in sommige groepen van de Pinksterbeweging.

1.3 De vruchten van de H. Geest

[7] Tot nu toe hebben wij over de bezielende aanwezigheid van de Geest, die ons met zijn levengevende kracht en liefde vervult en beweegt. In de geestelijke geschriften van onze theologische traditie wordt ook gesproken van de vruchten van de H. Geest. Een vrucht is wat een plant of fruitboom produceert, is goed om te eten, smakelijk, meestal welriekend. Als we deze vergelijking op onszelf toepassen zijn vruchten in ons geestelijk leven de groei in de genade, de goede werken die we verrichten, onze intimiteit met God, enz.

In onze Nederlandse taal gebruiken we de uitdrukking «de vruchten van ons werk». Mensen die hard gewerkt hebben en wier oude dag verzekerd is, mogen nu de vruchten van hun werk genieten. Maar het kan ook gebeuren dat door bijzondere omstandigheden, een grote erfenis, een onverwacht succes in het zaken doen, de plotseling gestegen waarde van landerijen die we bezitten, we zonder eigen verdiensten opeens van «de vruchten kunnen genieten». Welnu zo is het ook met het leven van de genade. Als de H. Geest ons leidt, dan brengt ons werk bovennatuurlijke vruchten voort. Sint Paulus vermeldt in de Brief aan de Galaten, 5, 22 als vruchten van de H. Geest : liefde, blijdschap en vrede; lankmoedigheid, welwillendheid en goedhartigheid, betrouwbaarheid, zachtmoedigheid en gematigdheid.

We kunnen dit enigszins verduidelijken: als we beminnen, en liefde gevoelen, zijn we ook blij, want blijdschap is een effect van de liefde. Als je vreugde volkomen is, is je hart ook vol vrede. Als je hart door de H. Geest op God gericht is, word je niet langer aangetrokken door menselijke begeerten, word je niet heen en weer geslingerd door nu eens dit, dan weer iets anders te willen, maar ben je te samen met God.

Door de liefde van de H. Geest worden wij ook goed gedisponeerd t.o.v. onze medemensen, en zo spreekt Paulus van lankmoedigheid, goedheid en welwillendheid. Zachtmoedigheid betekent dat we teleurstelling ons door anderen aangedaan, verdragen, dat we hen welwillend bejegenen. Tenslotte bewerkt de H. Geest in ons ook dat wij t.o.v. het materiële en het zinnelijke ons bescheiden en beheerst gedragen, dat we kuis zijn en ons verre houden van alles wat de H. Geest in ons zou kunnen bedroeven. U ziet hier hoe prachtig ons christelijk leven wordt als wij volgens de deugden en gaven van de H. Geest leven, en Hem als onze grote Helper en trooster aanroepen en ons hart versieren ter ere van deze goddelijke gast.

Bidden we dan tot de H. Geest en vragen we Hem in ons te komen wonen, ons te bezielen, ons werk te begeleiden. Vragen we Hem dan dat wij met zijn bijstand rijke vruchten mogen voortbrengen. Tot slot wil ik U dan de tekst van de hymne Kom, Heilige Geest in herinnering roepen.

Kom Heilige Geest, laat uw stralen
uit de hemel op ons neerdalen
Gij die de Vader van de armen zijt.

Kom Gever aller gaven,
kom ons dorstig hart laven.
Maak het door uw licht verblijd

Gast der ziel, kom binnentreden,
schenk ons uw zoete troost.

Maak de arbeid licht door rusten
Temper het vuur der lusten,
troost ons bedroefd gemoed.

Zend uw licht van boven
in de harten van hen die geloven
in de Vader en de Zoon.

Als zij door uw licht niet gloeien
kan de deugd niet bloeien
is er niets wat edel is en schoon

Reinig ons van de smet der zonde
Schenk genezing voor onze wonden
Drenk met uw dauw wat verdord is

Doe wat lauw en koud is ontbranden,
behoed wie dwaalt voor stranden,
voer hem op een veilige baan.

�Geef hen die het ware geloof belijden
en op U vertrouwend strijden
het zevenvoudig gaven pand

Wil hen voor hun deugden lonen,
na een zalig sterven kronen
in de vreugde van het vaderland.

1.4 Lex Nova est gratia Spiritus Sancti De Nieuwe Wet is de genade van de H. Geest

Onder de theologische themata waarvan St Thomas de studie vernieuwd heeft bevindt zich ook dat van de Wet van het Nieuwe Verbond, die de Wet van het Oude Verbond vervangen heeft. Aan het einde van de Middeleeuwen toen het individualisme zich begon te ontwikkelen concentreerde de moraaltheologie zich met name op de verhouding van de individuele Christen tot de geboden van God. Een centrale vraag was of in een bepaald geval men verplicht is de wet te gehoorzamen. De casuïstiek bestudeerde tot in de kleinest details de verschillende mogelijkheden. Er ontstonden de moraal systemen van het probabilisme, rigorisme, enz. Na Vaticaan II is deze benadering van de moraal wel grotendeels verdwenen, en probeerden sommige auteurs nieuwe wegen te gaan, b.v. door een moraal van Güterabwegung, of die van de pre-moraliteit van onze handelingen, die door de intentie zedelijke acten zouden worden.. De encycliek Veritatis splendor heeft verschillende van deze nieuwe richtingen afgewezen.

Het traktaat van St. Thomas over de wet kan ons helpen beter te begrijpen wat de werkelijke kwestie is. Thomas definieert de wet als een orde of regeling door de rede ingesteld door degene die met de zorg over de gemeenschap belast is, en gericht op het algemeen welzijn (bonum commune). Het doel van de wet is de mensen tot goede en deugdzame burgers te maken. Thomas onderscheidt de eeuwige wet, de natuurwet, de positieve burgerlijke wet. Op het terrein van de openbaring is er de goddelijke wet die ingedeeld wordt in de Wet van Oude Verbond, en die van het Nieuwe Verbond.

Een eerste vraag is waarom de mensheid een positieve goddelijke wet nodig heeft. Het antwoord is eenvoudig: het te bereiken einddoel gaat de krachten van de natuur te boven, zodat wij aanwijzingen nodig hebben over hoe dit te bereiken is, temeer omdat wij ons vaak vergissen. Menselijke wetten regelen het uiterlijke gedrag, maar niet de innerlijke gezindheid, die juist voor het leven volgens de deugde van het grootste belang is. De Oude Wet aan Israël gegeven stemde overeen met de inzichten van het juiste verstand (recta ratio)., maar op zich genomen gaven b.v. de Tien Geboden niet de kracht om deze te onderhouden. Daartoe was de genade van de H. Geest vereist, die Christus door zijn lijden en dood verdiend heeft. Omdat dit levenoffer van Christus de offerdienst van het Oude Verbond verving, werd ook de wet vervangen. Thomas citeert Hebr. 7, 12 : «Translato sacerdotio necesse est ut legis translatio fiat».
Het middelpunt van het Nieuwe Verbond is het offer van Christus als act van de hoogste liefde. Zo wordt liefde de grondslag en bron van het christelijk leven. Bijgevolg moet de Nieuwe Wet geheel op de liefde gericht en gegrondvest zijn. De Oude Wet was veeleer gericht op het aardse welzijn en op aardse goederen, de Nieuwe Wet daarentegen op geestelijke goederen en heeft vooral betrekking op de innerlijke gezondheid van de christenen, terwijl de Oude Wet vooral de uiterlijke handelingen regelde. Het doel van de Oude Wet was Israël tot gehoorzaamheid aan Gods wil te brengen en deed dit door straffen voor te houden. De Nieuwe Wet daarentegen brengt de christenen ertoe uit liefde Gods wil te doen, een liefde die door de H. Geest in hun harten wordt gestort.[8]De Nieuwe Wet was impliciet aanwezig in de tijd van het Oude Verbond (sub figura), zowel wat de te geloven waarheden betrof (credenda) als m.b.t. de zedelijke voorschriften die quoad substantiam al in de Oude Wet aanwezig waren.[9]
Wat de aard van de Nieuwe Wet betreft, schrijft Thomas dat de natuur van de dingen bepaald wordt door dat datgene wat het meest belangrijk in hen is. Zich op de Brief aan de Romeinen baserend zegt Thomas dat datgene wat het meest belangrijk in de Nieuwe Wet is, de genade van de H. Geest is, die aan hen die aan Christus geloven, gegeven wordt. Nu zegt Paulus ook dat deze genade een wet is, b.v. in Rom. 8, 2 : «De Wet van de Geest van leven in Christus Jezus heeft ons bevrijd van de wet van de zonde en van de dood». Sint-Augustinus onderstreepte ook dat de wet van ons geloof in de harten van de gelovigen gegrift is, en niet mee of stukken steen. De goddelijke wet in het hart van de gelovigen geplaatst is niets anders dan de aanwezigheid van de H. Geest.[10]Nu bevat de Nieuwe Wet zaken die disponeren tot de genade van de H. Geest en andere die tot het leven volgens de H. Geest leiden. Zo zijn de geschriften van het Nieuwe Testament et de geloofsleer instrumenten die disponeren om de genade van de H. Geest te ontvangen of die aanwijzingen geven, hoe deze te gebruiken. Zij nodigen ons uit minder belang aan wereldse zaken te hechten en zo groter aandeel aan de genade van Christus te krijgen.

Als de vraag gesteld wordt waarom de Nieuwe Wet zo laat in de geschiedenis werd gegeven, antwoordt Sint-Thomas dat hij van het levensoffer van Christus afhankelijk is, en dat het volmaaktere door het minder volmaakte voorafgegaan wordt. Eveneens erkent de mens die gezondigd heeft gemakkelijker eigen zwakte et de noodzaak van de genade. Om de Nieuwe Wet werkelijk te ontvangen, moesten de mensen eerst eigen ontoereikendheid en hun gebrek aan deugdzaamheid inzien.[11]Zal de Nieuwe Wet geldig blijven of komt er nog een ander tijdperk, zoals Joachim de Fiore dit predikte? Het antwoord van Thomas is dat geen enkel tijdperk meer volmaakt is dan dat van Christus. Wel is het waar dat de genade van de H. Geest meer volmaakter bezeten en beleefd wordt door sommigen dan door anderen, maar er is geen enkele behoefte aan een tijdperk van de H. Geest zoals Joachim dat leerde, omdat de Nieuwe Wet evenzeer van Christus als van de H. Geest is.

Het Oude Verbond had dezelfde doelstelling als het Nieuwe, nl. de mensen aan God onderdanig te maken, maar terwijl de Oude Wet voorbereidde, is de Nieuwe Wet de Wet van de volmaaktheid, omdat hij de wet van de liefde is. Bovendien vult hij aan wat aan de Oude Wet ontbrak, nl. hij heeft betrekking op de innerlijke acten en streeft naar de zedelijke volmaaktheid van de christenen. De Nieuwe Wet heeft veel minder voorschriften dan de Oude, maar in zoverre ook sommige innerlijke acten verboden zijn, is hij moeilijker te onderhouden, maar voor degene die liefheeft is, hij gemakkelijk te onderhouden.[12]
Omdat Paulus schrijft dat waar de H.Geest is, er ook vrijheid heerst,[13]zou men kunnen menen dat de NW ons geheel vrij laat en geen enkele uiterlijke handeling ( zoals b.v. het ontvangen van de sacramenten) vraagt. Thomas antwoordt dat het waar is dat het wezenlijke van de NW in de genade van de H. Geest bestaat, die zijn aanwezigheid toont in het geloof dat door de liefde werkzaam is, maar omdat we mensen zijn en Jezus in zijn menselijk bestaan op aarde de genade voor ons heeft verdiend, wordt deze ons toch door een aantal uiterlijke handelingen gegeven (b.v. de sacramenten).

De genade van de H. Geest is als een innerlijke habitus in ons, zodat wij eigenlijk als volgens een tweede natuur en met plezier en gemak, Gods wil doen. Geholpen dor deze innerlijke genade maken we ons lichaam onderdanig aan de geest en gaan we ook uitwendige handelingen stellen. Sint-Thomas onder-streept dat de genade die de H.Geest ons geeft een innerlijke gesteltenis wordt en zo ons helpt om zo als vanuit ons zelf overeenkomstig de ingevingen van de H. Geest te handelen. Daarom wordt de NW de Wet van de vrijheid genoemd, omdat deze ons onze taken laat vervullen ex interiori instinctu. Heel veel opgaven en handelingen hebben geen directe betrekking met het geloof, zodat wij vrij zijn zelf te bepalen wat we gaan doen en wat het beste is (lex libertatis).

In zijn commentaar op Sint-Paulus’ Brief aan de Galaten spreekt Thomas uitvoerig over de H.Geest als de bezielende kracht van het christelijk leven. In tegenstelling met de Joden behoorden de Galaten niet door afstamming tot Gods volk , maar werden hierin geïntegreerd door de H. Geest. De eerste werking van de H. Geest is dat hij de harten van de christenen met liefde vult.[14]

1.5 Voetnoten

  1. 1 Conc. van Constantinopel; Joh. Damascenus («Spiritum Sanctum ex Patre dicimus...; ex Filio autem Spiritum Sanctum non dicimus»,De fide orthodoxa, I, c. 11).
  2. De relatie van zoonschap.
  3. Ook hier brengt hij een argument van analogie met de orde van de schepselen naar voren.
  4. In S. Th I-II, q. 68 behandelt Thomas het onderscheid tussen de deugden en de gaven van de H. Geest, en geeft hun ontologisch statuut aan als “een zekere habitus”, waardoor de Christen uitgerust wordt om gemakkelijk en aanstonds (prompte) de ingevingen van de H. Geest te volgen.
  5. STh II-II, q. 8; q.9; q. 19; q. 45; q.52; q. 121; q.139.
  6. Zie S Th. II-II, q. 176 en volgende.
  7. S Th. I-II, q. 70.
  8. S Th I-II, 91, 5 : «Lex nova facit hoc per amorem qui in cordibus nostris infunditur per gratiam Christi quae in nova lege confertur».
  9. S Th I-II, 107, 3 ad 1.
  10. De spiritu et littera.
  11. In Epist. ad Galatas, c. 4, les 7.
  12. S Th I-II, 107, 4 «... non sunt gravia amanti».
  13. 2 Cor. 3,17.
  14. Ad Gal., c. 4, les 3.
Personal tools